Jan Scholten: p-1

p-1

Wie zijn aangeklaagd en waarom?

Social media deel 1.

Wie zijn aangeklaagd en waarom?

1

Advocaat mr. I. Soetens, advocaat bij VMBS Advocaten B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 5611 KP Eindhoven, Paradijslaan 42b, in zijn hoedanigheid van advocaat van de coöperatieve Rabobank Utrechtse Waarden U.A., gevestigd te 3401 BJ IJsselstein, Basiliekpad 42, dan wel de rechtsopvolger van deze Rabobank (U.A. = Uitgesloten van Aansprakelijkheid).

2

Advocaat mr. B.G. van Twist, advocaat bij Van Twist Advocaten, gevestigd en kantoorhoudende te 3295 KG ’s-Gravendeel, Mijlweg 61b, in zijn hoedanigheid van ex advocaat van de heer J.A. Nederend en J.A. Nederend Holding B.V. voornoemd.

3

Curator mr. drs. R.L.G. Kraaijvanger, advocaat bij van Diepen van der Kroef advocaten, gevestigd en kantoorhoudende te 3581 CN Utrecht, Maliebaan 10a, in zijn hoedanigheid van curator in het (inmiddels opgeheven) faillissement van J.A. Nederend Holding B.V.

4

Curator mr. T.F. Quaars, advocaat bij Boers advocaten, gevestigd en kantoorhoudende te 3901 EG Veenendaal, Kerkewijk 20, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer J.A. Nederend voornoemd.

5

Het gerechtsbestuur van de Rechtbank Midden-Nederland, president mr. J. Mendlik, gevestigd te Utrecht, terzake de rechter-commissarissen mr. M.H.F. van Vugt, mr. A.K. Korteweg en mr. P.J. Neijt.

6

De Nederlandse Orde van Advocaten, gevestigd en kantoorhoudende te 2596 XM Den Haag, Neuhuyskade 94, in haar hoedanigheid van beroepsorganisatie, toezichthouder en tuchtrecht-spreker op de Nederlandse advocatuur.

De klacht zelf kent nog een embargo maar e-boek 3 van 9 juni 2016 is de basis voor de klacht.

Het is een gepersonaliseerde klacht tegen het Nederlandse ‘justitie-systeem’ op basis van een uitgewerkte casus. Die casus is op een manier beoordeeld zoals nog nooit naar ‘juridische experts, deskundigen en specialisten’ is gekeken door niet-juridische buitenstaanders.

Wat opvalt is dat de betrokkenen, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Nederlandse Orde van Advocaten, advocaten, curatoren, rechter-commissarissen en gerechtsbesturen alsmede politieke partijen en de (besturen van) rechtenfaculteiten, de conclusies ontkennen, verzwijgen en negeren dat er sprake is van bestaande wet- en regelgeving die het voor advocaten mogelijk maakt ‘heimelijke samenspanning’ te organiseren die, met ‘de kunst van het weglaten, wat er niet staat bestaat niet en heeft niet bestaan’, criminele vonnissen laten ontstaan.

Hieruit blijkt dat de ‘gewichtigste partij’ en hun advocaten kunnen anticiperen op een onaangetaste dagvaarding. En dat de advocaten dus zo kunnen anticiperen op rechtspraak die door de advocaten ten gunste van zichzelf en hun opdrachtgever is gemanipuleerd.

Door de nationale criminele doofpot van de advocaten en de Nederlandse Orde van Advocaten is er te weinig informatie naar het publiek toe over deze problematiek waardoor elke Nederlander onbeschermd is tegen ‘criminele vonnissen’ en het anticiperen daarop, ondanks onze waarschuwingen’ aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Nederlandse Orde van Advocaten en de Rabobank.

Een kritische opdrachtgever van een advocaat wordt gewantrouwd en afgewezen.

Bijlage deel 1:

Verzonden ‘Open brief 1’ aan voormalig minister-president Mark Rutte van 18 oktober 2016.
Kenmerk: Hoe criminele vonnissen en een nationale criminele doofpot ontstaan.
Pageviews